lasercutterDoor Erik Woning en Wietse van Bruggen
In het Verenigd Koninkrijk zal programmeren vanaf volgend schooljaar een verplicht onderdeel van het curriculum worden. Niet alleen op middelbare scholen, maar ook in het basisonderwijs. Programmeren, of computing zoals de Britten het noemen, zal dus vanaf september 2014 een apart vak worden op alle scholen. Daarnaast is er het vak Design & Technology, waarbij leerlingen onder andere zullen gaan werken met 3D printers en laser cutters. Reden voor Kennisnet Innovatie om een bezoekje te brengen aan de grootste jaarlijkse technologie en onderwijsbeurs van Engeland, de BETT.

Programmeren in het nieuwe curriculum
Naast de vele herkenbare leveranciers van leermiddelen en hardware waren er bijzonder veel stands met producten als 3D printers, programmeerbare robots en laser cutters. En te midden van deze stands stond de BETT Arena waar sessies werden gegeven door onder meer de staatssecretaris van onderwijs, oude bekenden Jon Bergman en Aaron Sams en Miles Berrry: een van de teamleden die het Britse computing curriculum heeft samengesteld. Volgens Berry is programmeren van belang omdat dit leerlingen kan helpen om van gebruikers van technologie, digitale producenten te maken. En hun vaardigheden om technologie door te ontwikkelen naar het begrijpen van technologie. Ook de staatssecretaris van onderwijs Michael Gove benadrukte in zijn speech het belang van het leren van programmeren. Het nieuwe curriculum vervangt het oude, niet ambitieuze en saaie ict curriculum en is “(…) designed to equip every child with the computing skills they need to succeed in the 21st century.”

In Engeland is er sprake van een National Curriculum waar alle nationale scholen zich aan moeten houden. Binnen dit verplichte curriculum hebben scholen ruimte om zelf invulling te geven aan de wijze waarop zij de hierin geformuleerde doelen willen behalen. Zo ook voor de doelen die betrekking hebben op programmeren en Design & Technology. Lang niet alle Britse leraren hebben voldoende kennis om deze vakken te geven. Er was zelfs sprake van ‘paniek’ onder de leraren toen ze hoorden dat ze hier mee aan de slag moesten. Maar ze worden ondersteund door diverse organisaties zoals Computing at School. Er is ook een speciale gratis MOOC over dit onderwerp. Daarnaast was het op de BETT duidelijk zichtbaar dat heel veel marktpartijen staan te trappelen om scholen te helpen met het iplementeren van deze nieuwe curriculumonderdelen. Maar waar bestaan deze onderdelen precies uit, wat zijn de kerndoelen en zouden ze ook in Nederland een plek kunnen krijgen in het onderwijs?

Kerndoelen
Het is bijzonder interessant om te zien wat er in het nieuwe computing curriculum staat. Wij vonden het een ambitieus plan waarbij de lat soms best hoog lijkt te liggen. De kerndoelen zijn ondergebracht in vier zogenaamde Key Stages. Key Stage 1 en 2 zijn van toepassing op het primair onderwijs, Key Stage 3 en 4 zijn van toepassing op het voortgezet onderwijs. We hebben een poging gedaan de kerndoelen te vertalen in het Nederlands en zullen in deze post een aantal hiervan belichten. De volledige lijst kun je hier vinden.

Algemeen
Het computing curriculum omvat 3 aspecten: computer science (CS, ookwel informatica), information technology (IT, informatie technologie) en digital literacy (DL, digitale vaardigheden en mediawijsheid). Binnen de CS onderdelen wordt leerlingen geleerd wat de achterliggende principes zijn van informatie en berekeningen, hoe digitale systemen werken en hoe deze kennis gebruikt kan worden middels programmeren. Bouwend op dit begrip en deze kennis kunnen leerlingen informatie technologie gebruiken om programma’s, systemen en content te creëren. Uiteindelijk moet dit curriculum ervoor zorgen dat leerlingen digitaal vaardig en mediawijs zijn, zodat zij zich met deze tools kunnen uitdrukken en hun eigen ideeën kunnen ontwikkelen met behulp van informatie- en communicatietechnologie.

Key Stage 1 (5-7 jaar)
Een paar voorbeelden van de kennis en vaardigheden die leerlingen moeten leren bij Key Stage 1 zijn:

  • Begrijpen wat algoritmes zijn; hoe deze geïmplementeerd worden als programma’s op digitale apparaten; en dat programma’s uitgevoerd worden door het precies en letterlijk opvolgen van instructies.
  • Creëren en debuggen van simpele programma’s.
  • Technologie kunnen gebruiken voor het creëren, organiseren, opslaan, manipuleren en ophalen van digitale content.
  • Kennis hebben van voorkomende toepassingen van informatie technologie buiten school

Key Stage 2 (7-11 jaar)
Key Stage 2 ziet er uit als een verdieping van de kennis opgedaan in Key Stage 1. De complexiteit neemt toe:

  • Ontwerpen, schrijven en debuggen van programma’s die specifieke doelen behalen, inclusief het controleren of simuleren van fysieke systemen; het oplossen van problemen door het probleem te ontleden in kleinere eenheden.
  • Gebruik kunnen maken van sequenties, selecties en herhalingen in programma’s; werken met variabelen en verschillende vormen van input en output.
  • Logisch redeneren kunnen toepassen om uit te kunnen leggen hoe simpele algoritmes werken, en om fouten te kunnen herkennen en oplossen in algoritmes en programma’s.
  • Technologie op een veilige, respectvolle en verantwoordelijke manier gebruiken; herkennen van acceptabel en onacceptabel gedrag; identificeren van een verscheidenheid aan manieren om zorgen over content en contact te rapporteren.

Key Stage 3 en 4 gaan nog een stuk verder en lijken aardig op een lesprogramma van een ict-opleiding. De hele lijst met kerndoelen en beschrijvingen van de Key Stages is te vinden op de website van het Britse ministerie van onderwijs.

Apart vak of niet? En voor wie?
Het Verenigd Koninkrijk heeft ervoor gekozen om computing (wie weet hier een goede Nederlandse term voor?) als apart vak aan te bieden op de scholen. Finland werkt op dit moment ook aan een nieuw curriculum maar kiest ervoor om deze kerndoelen in andere vakken te integreren. Voor de leraren die nog weinig kennis en ervaring hebben met deze onderwerpen zal dit een grotere uitdaging vormen. Een eerste opzet van het nieuwe Finse curriculum zal in april 2014 verschijnen.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) publiceerde in december 2012 het adviesrapport ‘Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs‘ en pleitte daarin voor het vernieuwen van het vak Informatica. Ook zou er wat gedaan moeten worden aan de marginale positie van het vak. Het moet niet alleen maar gaan over kunnen omgaan met ICT volgens het KNAW, maar digitale geletterdheid moet centraal staan. Ze stellen dat digitale geletterdheid een onmisbaar deel is van de basisvaardigheden van de ontwikkelde mens in de 21ste eeuw. Het KNAW gaf hierbij een aantal aanbevelingen, onder andere:

  • “Voer een nieuw verplicht vak Informatie & communicatie voor de onderbouw van havo en vwo in. Dit dient een breed en compact inleidend vak te zijn, dat de essentiële aspecten van digitale geletterdheid tot onderwerp heeft.”
  • “Voer een grondige vernieuwing van het keuzevak Informatica voor de bovenbouw van havo en vwo door. Het vak dient door een flexibele en modulaire opzet actueel te blijven en leerlingen van alle profielen aan te spreken.”

Interessant daarbij is dat de KNAW bij deze aanbevelingen aangeeft dat deze vakken niet alleen voor bèta-georiënteerde leerlingen zijn, maar dat het gaat om “een verbindend vak dat alle profielen aanspreekt”. Het zou dus iets voor iedereen moeten zijn.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft naar aanleiding van het rapport van de KNAW de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) opdracht gegeven om de invulling van deze adviezen nader te verkennen, en om ook te kijken of er in het primair onderwijs mogelijkheden zijn om hier aandacht aan te besteden. De vraag rees bij ons op waarom dit dan ook niet in het VMBO zou moeten, aangezien technologie in zo’n beetje elk vak dat je kunt beoefenen een rol speelt en gaat spelen, en simpelweg omdat de meeste leerlingen het VMBO volgen.

DIY technologie en wat er gebeurt in de Maker Movement geven daarnaast ook de mogelijkheid om techniek en informatica op een aansprekende, creatieve, betekenisvolle en tastbare manier vorm te geven. En daar liggen wellicht ook mogelijkheden voor samenwerking voor scholen met organisaties of persoon die hier al kennis van hebben, zoals bijvoorbeeld Fablabs of mensen die vanuit hun persoonlijke interesse of werk met computer science en de Maker Movement bezig zijn. Er ligt daar al kennis en ervaring op dit gebied om gebruik van te kunnen maken.

Of kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurt bij sommige bibliotheken zoals het Frysklab. Daarmee onderzoekt de Bibliotheek Service Fryslân de mogelijkheden om met een mobiel FabLab in de vorm van een bus binnen de onderwijssituatie bij te dragen aan de ontwikkeling van creatieve, technische en ondernemende vaardigheden van kinderen en jongeren.

In het Verenigd Koninkrijk is er duidelijk gekozen om ook in het primair onderwijs dit een verplicht onderdeel te maken. Het curriculum schrijft daarin niet echt voor hoe diep dit zou moeten of welke tussenniveau’s er bijvoorbeeld zijn. Hoe dit in de praktijk uit zal gaan pakken zullen we vanaf september daar kunnen zien. In ieder geval kunnen we er een heleboel van leren.

Wij zijn heel benieuwd naar jullie ideeën en opvattingen over deze ontwikkelingen. Zou computing, programmeren en een vak als Design & Technology ook in Nederland een plek in het curriculum verdienen? Zo ja, op wat voor manier? Zo nee, waarom niet? En voor welke leeftijdsgroepen en vormen van onderwijs zou dat aan bod moeten komen?

Voor meer informatie over programmeren en DIY in het onderwijs zie o.a. de webinar ‘DIY Technologie en de Maker Movement in het Onderwijs‘ en het hierbij behorende bronnenoverzicht. En kijk eens op Codekinderen voor manieren om in het basisonderwijs aan de slag te gaan met programmeren.

  • http://murielwarners.nl/ Muriel Warners

    Dat pakken ze serieus aan zeg, goed! Maar algoritmes begrijpen als je 6 bent lijkt mij wat hoog gegrepen..

  • Bram van Tongeren

    Dit plan spreekt mij zeer aan.

    Op school wordt de hele Nederlandse taal ontrafeld en in hapklare brokjes aan de leerlingen aangeboden zodat ze de taal leren doorgronden en kunnen toepassen in het dagelijks leven.

    Naar mijn idee moet hetzelfde gebeuren met computeronderwijs waarbij de leerling de digitale wereld leert doorgronden zodat de opgedane kennis over onder meer programmeren en mediawijsheid kan worden toegepast en technologie op een veilige, slimme en verantwoordelijke manier wordt gebruikt. Onderliggend doel: het kind gereedschap geven om zich een weg te banen binnen onze snelgroeiende digitale informatiesamenleving.

  • Jaapsoft

    Er is op zijn zachtst gezegd wel wat tegenstand in UK.

  • Anette van Haren

    Ik ben vóór het vak ‘computing’. De kinderen noemen het gewoon ‘computeren’. De vertaling volgens Google Translate is ‘computergebruik’.
    Of: digileren?
    Fijn als kinderen met digitale talenten deze al vroeg kunnen ontwikkelen. Kansen voor kinderen die de niet-gebaande paden volgen. Ruimte voor originele denkers.