Om hier achter te komen raad ik je zeker aan het verhaal van Dick Hardt zelf te bekijken, mocht je deze nog niet kennen. Alleen al vanwege zijn presentatietechniek zijn de onderstaande 15 minuten video de moeite van het kijken waard.

Voor degenen die (nu) niet de tijd willen nemen om de video te bekijken, hierbij een beknopte beschrijving van het Identity 2.0 concept: net als in de ‘echte wereld’ is de gebruiker zelf eigenaar en beheerder van zijn persoonsgegevens, voor welke dienst deze ook worden gebruikt. Zoals je bij de slijter je rijbewijs laat zien en daarmee alleen de noodzakelijke persoonsgegevens toont (het rijbewijs zelf is voldoende om aan te tonen dat je boven de 18 bent, je geboortedatum heeft de slijter niet eens nodig) aan alleen diegene die je daarvoor het recht op het kopen van alcohol kan geven (de slijter) voor alleen de tijd die nodig is (het moment dat je bij de kassa wil afrekenen), zo zou dat volgens Identity 2.0 ook voor online ‘transacties’ van gegevens moeten gelden. Jij geeft een dienstverlener zelf de inzage tot jouw selectie van persoonsgegevens. Zie het als een persoonlijke digitale kluis van persoonsgegevens.

Dit concept heeft veel voordelen. Zo hoef je niet meer bij elke dienst opnieuw een registratieformulier in te vullen met al je gegevens, maar vink je aan welke gegevens ze van je mogen hebben. Ook is op elk moment transparant wie wat van je heeft. Jij ziet dus steeds wie welke gegevens van je waarvoor gebruikt en jij bepaalt voor hoe lang je de inzage tot die gegevens toelaat. Je lost meteen een hoop zorgen om privacy op.

Inmiddels bieden bedrijven als Personal, Allow of het Nederlandse Qiy digitale kluizen aan, waarmee ze gebruikers zelf de controle teruggeven over hun persoonsgegevens.

In het onderwijs worden steeds meer online diensten ingezet, waarin veel (persoons-)gegevens verzameld worden. Om goede redenen, die gegevens kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om leerlingen maatwerk te bieden. Maar uit de reacties op de vorige blogpost en de discussie op LinkedIn blijken er terecht zorgen om privacy te bestaan.

Kennisnet gaat verkennen hoe het Identity 2.0 concept vertaald kan worden naar het onderwijs. Onze hypothese is dat als we ouders, leerlingen en docenten in het onderwijs eigenaar maken van hun gegevens, we veel van huidige en toekomstige knelpunten rondom privacy (in het licht van het steeds meer en uitgebreider verzamelen van gegevens) weg kunnen nemen.

Waarom zou dit wel of juist niet kunnen werken in het onderwijs? We zijn benieuwd naar uw ideeën hierover!

Reageer hieronder of discussieer mee op LinkedIn.

  • Emiel Kanters

    Hallo Erwin,

    Fantastisch om te constateren dat Kennisnet dit gebied gaat verkennen. Ik denk en zie dat zogenaamde Life Management Systems, Personal Data Stores en Customer Managed Relation Systemen inderdaad een bijdrage gaan leveren aan het de knelpunten rondom privacy. Maar veel meer nog gaat het de relatie die individuen hebben met tal van (onderwijs) organisaties veranderen. In plaats van dat organisaties centraal staan komt nu de “klant” (lees leerling, student, ouder) echt centraal te staan. Dat levert aan beide zijden voordelen op. Denk maar even aan het online bankieren. Banken hebben ons als individuen uitgerust met tools die vroeger alleen voor interne bankmedewerkers beschikbaar waren. Banken verzetten nu meer werk met minder mensen. Ze laten ons (mbt technologie) namelijk het werk doen en wij (althans het merendeel) ervaren dat als klant en service gericht. Het mes snijdt aan twee kanten.

    Er valt nog veel meer over te zeggen over online learner identies. In dit kader verwijs ik ook even naar deze blog/artikel van professor Peter Sloep van de OU http://dspace.ou.nl/handle/1820/3398 en http://pbsloep.blogspot.nl/2011/12/maintaining-your-oli-possible-solution.html

    Wij zijn onder andere bezig om een Ronde Tafel Sessie Onderwijs rond dit onderwerp (digitale learner Identities) te organiseren die we in sept/okt willen houden (mmv OU en Surf). Wellicht goed om hier over even af te stemmen.