In het project ’21 learners – 21 jongeren over 21st century skills’ werkt stichting Kennisnet in co-creatie samen met 21 jongeren met als doel meer aandacht te vragen voor de zogenaamde ’21st century skills’ als creativiteit, samenwerken en ict-geletterdheid in het onderwijs.

Technologie heeft een grote invloed op ons dagelijkse leven. Als Kennisnet vragen we ons af wat dit betekent voor wat we moeten leren en hoe we kunnen leren. Organisaties als het Partnership for 21st century skills (P21), OECD en Assessment and Teaching of 21st century skills (ATCS) hebben hier onderzoek naar gedaan. Zij hebben de belangrijkste competenties voor het onderwijs in de 21e eeuw in kaart gebracht, de zogenaamde 21st century skills. Deze onderzoeken hebben we gebundeld in een discussienota. De studies vinden elkaar in een lijst van zeven competenties die belangrijk zijn voor succes: samenwerken, probleemoplossend vermogen, ict geletterdheid, creativiteit, kritisch denken, communiceren en sociale en culturele vaardigheden. Uit de discussienota blijkt tevens dat ict een centrale rol speelt in de 21st century skills. Als organisatie voor ict in het onderwijs willen we daar natuurlijk meer van weten.

Model 21st century skills

In onder andere de Verenigde Staten, Singapore, Schotland en Finland wordt volop gewerkt aan ‘21st century readiness’. Dit is zichtbaar in hun visie op het onderwijs en de rol die ict daarbij speelt. In het Nederlandse onderwijs komen de 21st century skills niet expliciet aan bod. Maar wat betekent dit?

Hoe staan we er in Nederland voor? Dreigen we als Nederland achterop te raken als we de discussie over 21st century skills aan ons voorbij laten gaan? Met het project 21 learners willen we een vertaalslag maken van de theorie van bovengenoemde studies naar de Nederlandse praktijk. Door 21 jongeren bij elkaar te brengen en met hen te bekijken hoe technologie hun leven beïnvloedt en wat dat betekent voor het leren.

De komende maanden maken we intensief kennis met deze jongeren. Hoe ze leren, leven en werken. Hoe ze tegen onderwijs aankijken en wat ze er van verwachten. De 21 learners zijn geselecteerd op het beheersen van een of meer van 21st century skills. Ze zijn creatief, betrokken, ondernemend en ict speelt veelal een belangrijke rol in hun (werkende) leven. Daarnaast nemen zij deel aan het huidige onderwijs of hebben dat pas afgerond. Klik op hun naam in het rechtermenu voor een profiel en ze zijn ze te volgen via de Facebook-groep en pagina en via de hashtag #21learners op Twitter. Discussieer nu ook met hen mee via LinkedIn.

De groep van 21 jongeren staat centraal in het onderzoek, maar we kijken uiteraard ook breder. In diverse bijeenkomsten brengen we ze in gesprek met respectievelijk hun toekomstige werkgevers, met hun schoolleiders en met beleidsmakers. Verder zijn er een aantal experts betrokken die mede de discussie aanzwengelen. Zo proberen we beter in beeld te krijgen of het Nederlandse onderwijs klaar is voor de 21ste eeuw.  Wij nodigen u van harte uit om mee te doen aan deze discussie.

21 learners groepsfoto
  • Jozef Kok

    Hebben jullie ook al nagedacht over wat de 21th Skills voor leraren zouden moeten zijn?
    We zijn nu bezig om de kennisbasis voor de startbekwame leraar vast te stellen, en het zou jammer zijn als we dat op een 20th manier gaan doen.

  • Maartje de Jonge (projectmanager Kennisnet)

    Beste Jozef,

    In de Discussienota 21st Century Skills (Voogt & Pareja Roblin, 2010) wordt het volgende gezegd op pagina 31: ‘In alle modellen wordt in meer of mindere mate verwezen naar de centrale rol van docenten bij de implementatie van 21st century skills en de noodzaak voor docentondersteuning. Volgens de aanbevelingen van de Europese Unie (Gordon et al., 2009) wordt niet alleen van docenten verwacht dat zij het verkrijgen van 21st century skills bij hun leerlingen faciliteren, maar ook dat zij zelf ook over deze vaardigheden beschikken.’

    Kennisnet werkt momenteel aan een ict competentieset voor leraren. Hierin wordt naast naar de Kennisbasis ICT (ADEF) en de bekwaamheidseisen van de Onderwijscoöperatie ook gekeken naar raakvlakken met de 21st century skills. Het doel is om een concept van de competentieset dit jaar gereed te hebben. O.a. op de aankomende onderwijsdagen wordt hierover gepresenteerd.

  • Johan ‘t Hart

    Ik wil verwijzen naar het volgende artikel:
    Why Minimal Guidance During Instruction Does Not Work: An Analysis of the Failure of Constructivist, Discovery, Problem-Based, Experimental, and Inquiry-Based Teaching
    Dit artikel is geschreven door Paul A. Kirschner, Johan Sweller en Richard E. Clark.

    Op 20 november in het Nemo kwam als een van de laatste opmerkingen van de 21 learners de opmerking dat cijfers wel weggelaten kunnen worden en eigenlijk geen waarde toevoegen.

    Daarop reageerde ik met de opmerking dat er twee types leraren zijn:
    1) de “ja maar’ leraar. Dit is een kritische docent die geen half werk accepteert
    2) de “ja en” leraar. Dit is de leraar die eigen initiatief stimuleert.
    De leraar van de 21e eeuw moet volgens mij snappen dat hij voortaan twee rollen op zich moet nemen. Zowel de “ja maar” als de “ja en”.
    De “ja maar” leraar kan door een softwareprogramma worden vervangen. Als voorbeeld voor het vak wiskunde http://www.khanacademy.org

    Het artikel waar ik aan refereer, gaat over de mislukkingen van onderwijsvernieuwingen die uitsluitend kiezen voor de “ja en” variant.

    Het type leerling dat ver kan komen zonder enige sturing van de docent schat ik op twee procent van alle leerlingen. Ik denk dat die twee procent bij de groep 21e learners oververtegenwoordigd is. Juist de leerlingen die veel sturing nodig hebben zitten niet bij jullie groep. Pas er daarom voor op dat jullie opnieuw eenzijdig op de “ja en” rol gaan mikken.

    Mochten jullie behoefte hebben hierover met mij van gedachten te wisselen, dan hoor ik dat graag.

  • Erwin Bomas (projectmanager Kennisnet)

    Beste Johan,

    Dank voor je reactie. Het doel van het project 21 Learners is aandacht te vragen voor ’21st century skills’. Door middel van het starten van de discussie met betrokkenen op diverse fora, online en offline, zoals TEDxYouth, wil Kennisnet het thema ’21st century skills’ agenderen. Er is nu meer aandacht voor in Nederland en de discussie hierover is losgebarsten. De punten die je noemt lijken me interessant voor verdere discussie met het onderwijsveld. De LinkedIn groep over 21st century skills http://linkd.in/rlRjow is een goede plek hiervoor.

    Met betrekking tot de selectie van de Learners: de 21 learners zijn geselecteerd op hun motivatie om mee te denken over het onderwijs van de 21e eeuw en het beheersen van een of meer van de 21st century skills. De groep is niet bedoeld als representatieve steekproef, dat is niet onze insteek. We wilden het belang van de ’21st century skills’ in de praktijk laten zien en dat kunnen deze jongeren als lerende in de 21ste eeuw het best illustreren.

  • Jan Tishauser

    Het model laat een paar enorme misvattingen zien. Centraal staan taal en rekenen, met daaromheen de zg. “21st century skills”, die vervolgens vooral van voorgaande eeuwen zijn. Aan de buitenkant zien we “kernvakken” en daarbuiten een paar vage begrippen. Het model wekt de illusie, dat de zogenaamde 21st century skills domeinonafhankelijk zijn. Dat kritisch denken of creativiteit in alle “kernvakken” gelijk en dus overdraagbaar zijn van het ene domein naar het andere domein. Dit is een jammerlijke misvatting.

  • Erwin Bomas

    Beste Jan, dank voor de reactie. Ik begrijp het bezwaar alleen niet goed. Creativiteit kan als vaardigheid toch zowel bij taal, wiskunde als bv. wereldoriëntatie een rol hebben?

  • Jan Tishauser

    Creativiteit is helemaal geen zelfstandige vaardigheid. De misvatting dat dat wel zo is, is juist het probleem: wiskundige creativiteit is heel iets anders dan creativiteit in taal, creativiteit in de Nederlandse taal is iets anders dan creativiteit in het Engels en creativiteit in wereldoriëntatie is al helemaal problematisch, omdat dit zeer verschillende vakken omvat. Zelfs creatief met een tekstverwerker als “word” omgaan, wil niet zeggen, dat je creatief met “pages” kunt omgaan, omdat de onderliggende organiserende beginselen sterk van elkaar afwijken. Wat ik hier stel over creativiteit gaat op voor alle “skills” in jullie model uitgezonderd “ict-geletterdheid”, wat gewoon een vak is.

    Het hele model gaat voorbij aan de uitkomsten van cognitief-psychologisch onderzoek. Een duidelijke literatuurstudie hierover in relatie tot wiskundeonderwijs vind je in het volgende artikel:

    Applications and Misapplications of Cognitive Psychology to Mathematics Education

    op internet te vinden op de volgende locatie:

    http://bit.ly/1bS0Dyj

  • Erwin Bomas

    Creatief denken komt inderdaad per vak anders tot uiting. Het model suggereert hier verder niets in, dus ik zie de misvatting niet.

  • Jan Tishauser

    Een model is altijd een vereenvoudiging van de werkelijkheid, dit model suggereert een vervormde werkelijkheid. Vakken als taal, rekenen, en ICT-geletterdheid, de niet nader omschreven “kernvakken”, staan op verschillende plaatsen, terwijl het gelijke grootheden zijn. Op dezelfde plek in het model staan totaal verschillende onderwerpen als creativiteit en kritisch denken enerzijds en communiceren en samenwerken anderzijds.

    Uit je reactie spreekt de aanname dat creativiteit een algemene eigenschap is, die op verschillende manieren tot uiting komt. Veel mensen menen dat, maar het is bij nadere beschouwing onjuist. Creativiteit ontwikkelt zich binnen een discipline door gerichte oefening en is meestal niet overdraagbaar naar andere situaties. Dat komt, omdat creativiteit zwaar leunt op een geringe belasting van het werkgeheugen, die verkregen wordt door automatisering van kennis en vaardigheden. Hetzelfde gaat op voor “kritisch denken”.

    Als ik jullie model “van binnen naar buiten” lees, dan suggereert het, dat de beheersing van rekenen en taal eerst komt en als je dat aanvult met de wat jullie de zeven competenties, “die belangrijk zijn voor succes” noemt, je de voorwaarden schept om de kernvakken te leren. Dat klopt in ieder geval niet. Als ik daarom een poging doe om van buiten naar binnen te lezen, dan kan ik niets met de “kernvakken”, omdat ik toch echt eerst met rekenen en taal aan de slag moet.

    Ik heb dus geen enkel idee welke ordening er in het model zit.

    Over je zorg: “Dreigen we als Nederland achterop te raken als we de discussie over 21st century skills aan ons voorbij laten gaan?”, kan ik je gerust stellen: zolang we maar geen energie steken in de 21st century baloney, dan raken we heus niet achterop. Integendeel.

  • Erwin Bomas

    Ik denk dat je het model iets te lineair opvat. Het is niet bedoeld om vaardigheden los van de vakinhoud te positioneren, het idee is juist het tegendeel: je moet ze niet los van elkaar zien. Voor de oorsprong van de genoemde vaardigheden, zie de discussienota.

  • Jan Tishauser

    De oorsprong ken ik, het gaat vooral om veel elkaar napraten en bijzonder weinig onderzoek. Als je leerlingen echt wilt voorbereiden op welke eeuw dan ook, dan kun je je beter richten op de ontwikkeling van meta-cognitieve vaardigheden. Een belangrijk expert op dit gebied is Prof. Dr. Bernadette van Hout-Wolters. Een toegankelijk boekje van haar is : studeer effectief.

  • Erwin Bomas

    Vandaar: discussienota. Dank voor je input.